|
Voeding |
DC, Lithium-Ion |
|
|
Overige bijzonderheden |
Geschikt voor Eye-Fi memory cards |
|
|
Statiefaansluiting |
|
|
|
Afstandsbediening |
optioneel |
|
|
Weatherproof |
|
Een Weatherproof of All-Weather camera is speciaal ontwikkeld om ook in de meer extreme situaties goed te kunnen fotograferen. Door o.a. kunststof pakkingen is de camera zand- en spatwaterdicht gemaakt en kan hij tegen een stootje. Deze camera's zijn dus erg geschikt voor mensen die houden van outdoorsporten, wintersport of veel op het strand willen fotograferen.
|
|
Aansluitingen |
USB 2.0, HDMI |
Tegenwoordig beschikken camera's meestal over een USB-aansluiting en een video uitgang (AV) om de foto’s of filmpjes op TV af te spelen. Steeds meer camera’s beschikken ook over een HDMI aansluiting of WiFi.
Met WiFi kun je de beelden draadloos naar je pc of laptop sturen. Tevens is het mogelijk om met WiFi de beelden rechtstreeks te uploaden naar sociale netwerken als facebook of youtube.
|
|
Antistof-functie |
|
Deze functie zorgt ervoor dat elke keer dat u de camera aan- of uitschakeld het
CCD of CMOS element van stofjes wordt ontdaan. Dit kan bv door het elementje
even te laten trillen.
|
|
GPS |
|
|
|
Flitscorrectie |
|
|
|
Flitssynchronisatie |
1/200 sec. |
|
|
Flitsprogramma's |
auto, anti rode-ogen, invulflits, rear curtain, slow sync, uit |
Een camera kan beschikken over verschillende flitsprogramma's:
Anti rode-ogen
Bij deze stand maakt de camera voor de echte foto een aantal voorflitsjes of geeft een speciaal lichtje waardoor het bekende rode-ogen effect wordt verminderd of voorkomen. Let op: het blijft een hulpmiddel.
Auto
Bij deze stand zal de camera automatisch flitsen bij te weinig licht.
Invulflits
Bij deze stand flitst de camera bij elke foto. Slow-sync
Deze stand maakt gebruik van een lange sluitertijd in combinatie met een flits. De camera flitst op het moment dat de sluiter opent (eerste gordijn) of sluit(tweede gordijn). De flits is dan veel korter dan normaal bij de gekozen sluitertijd, waardoor de camera de voorgrond helder vastlegt terwijl de achtergrond donkerder blijft. Daarom is deze stand vooral geschikt voor s' avonds fotograferen.
Rear Curtain
Bij deze stand gaat de flitser pas af wanneer de sluiter zich weer sluit (tweede gordijn). Hierdoor ontstaat er, zeker wanneer je voorbijgaande mensen fotografeert, een bewegingseffect in de foto. In deze situaties is het belangrijk om een statief te gebruiken.
Uit
In deze staan is de flitser uitgeschakeld.
|
|
Ingebouwde flitser |
|
|
|
Richtgetal |
13 m |
Dit getal geeft aan hoeveel meters de flitser maximaal kan halen bij een foto met flits. De meeste compactcamera's hebben een ingebouwde flitser
met een richtgetal van ongeveer 6 meter. Bij een externe flitser kan dit oplopen tot wel 50 meter. Het richtgetal dat bij de specificaties van de camera wordt aangegeven is voor fotograferen met de lens op de groothoekstand. Fotografeer je op tele-stand dan is het richtgetal ongeveer 30% minder.
|
|
Dioptrieaanpassing |
|
|
|
Weergavefunctie |
automatische beeldrotatie, histogram, hoge lichten, opname |
|
|
Schermresolutie |
230000 pixels |
|
|
Kantelbaar LCD-scherm |
|
Bij digitale camera's met een kantelbaar lcd-scherm kun je het scherm vanuit alle hoeken en posities goed zien. Bij camera's zonder kantelbaar scherm kan het bijvoorbeeld lastig zijn om het scherm goed te zien bij fel zonlicht.
|
|
LiveView |
|
LiveView zorgt ervoor dat je het LCD-scherm ook kunt gebruiken tijdens het maken van een foto. Vroeger kon je het LCD scherm alleen gebruiken om gemaakte foto's terug te kijken.
|
|
Schermgrootte |
3 inch |
Met de grootte van het LCD-scherm wordt de diagonaal van het scherm bedoeld. Dit wordt aangegeven in inches. 1 inch = 2, 54 cm.
|
|
Zoeker |
LCD, spiegelreflex |
De zoeker is het hulpmiddel op de camera waar je doorheen kijkt om te bepalen wat je op de foto krijgt. Bij de meeste digitale camera's kun je behalve door de zoeker ook op een LCD schermpje kijken terwijl je de foto neemt. Let er bij de aanschaf van een camera op dat het schermpje niet te klein is. Nadelen van een LCD scherm zijn het hogere batterijverbruik en het lastig fotograferen bij fel zonlicht.
|
|
Bestandsformaten |
JPG, RAW |
Veel digitale camera's hebben de mogelijkheid foto’s op te slaan in verschillende bestandsformaten. Het meest gebruikte formaat is JPEG. Bij dit formaat wordt het fotobestand verkleind met minimaal kwaliteit/gegevensverlies. Bij het bestandsformaat TIFF wordt het fotobestand niet verkleind. Sommige camera’s kunnen ook RAW opslaan. Er is dan ook geen gegevensverlies, maar de bestanden zijn wel kleiner. Om de RAW bestanden te bekijken heb je een apart softwareprogramma nodig. Dit formaat wordt vooral gebruikt door professionele fotografen.
|
|
Histogram |
|
Een histogram is een grafiek die de verdeling tussen de lichte en donkere delen op de foto weergeeft. Als het histogram links meer pieken vertoont dan rechts, dan staan er veel donkere kleurwaarden op een foto. Afhankelijk van de foto kan dit betekenen dat de foto onderbelicht is. Dit geldt natuurlijk ook voor pieken aan de rechterkant, dit zou overbelichting kunnen zijn. De meeste goede foto's hebben een gelijkmatig histogram. Door gebruik te maken van het histogram in bijvoorbeeld een programma als Photoshop, kun je foto's ook op een professionele manier corrigeren.
|
|
Geheugenkaarten |
SD, SDHC, SDXC |
|
|
Witbalans-instellingen |
automatisch, daglicht, schaduw, bewolkt, gloeilamp, TL-licht, flitsen, custom |
|
|
Belichtingscorrectie (+/-) |
±, 5EV |
|
|
Belichtingscorrectie |
|
Met deze functie kun je de door de camera berekende belichting bewust over- of onderbelichten. Dit is vooral handig in moeilijke lichtomstandigheden zoals bijvoorbeeld een zwarte kat in de sneeuw.
|
|
Hoogste ISO-waarde |
3200 |
|
|
Lichtmeting |
meerveldsmeting, centrumgericht, spotmeting |
Om een goed belichte opname te kunnen maken, beschikken de meeste camera's over automatische lichtmeetsystemen. Het licht wordt door de camera gemeten en vervolgens omgerekend naar een juiste sluitertijd- en diafragmawaarde in deze betreffende situatie. We kunnen op de camera verschillende lichtmeetsystemen aantreffen.
Meerveldsmeting
Bij meerveldsmeting (ook wel: matrixmeting) zal de camera het licht meten in het hele beeld. Hij deelt het beeld op in ca. 250 segmenten en komt op deze
manier tot een nauwkeurige belichting. Deze meting wordt het meest gebruikt omdat hij in de meeste situaties tot goede resultaten komt.
Centrumgerichte-meting
Bij centrumgerichte-meting meet de camera het licht in het midden van het beeld, ca. 75% van het totale beeld, en zal de rest van het beeld voor ca. 25%
meenemen in zijn berekening.
Spotmeting
Bij spotmeting zal de camera het licht alleen meten in een kleine cirkel (ca. 5 mm) in het midden van het beeld (ca. 2% van het totale beeld). Deze methode
kun je bijvoorbeeld gebruiken wanneer er sprake is van veel tegenlicht. Enige oefening en ervaring is hierbij wel vereist om teleurstellende resultaten te
voorkomen.
|
|
Laagste ISO-waarde |
100 |
|
|
ISO-waarden |
auto, 100 - 3200 |
De lichtgevoeligheid van een digitale camera wordt vaak uitgedrukt in ISO-waarden uit. Hoe hoger deze waarde, hoe hoger de lichtgevoeligheid, maar des te meer beeldruis.
|
|
Bulb |
|
|
|
Lach detectie |
|
|
|
Scherpstelling methodes |
one shot, continue (voorspellend), gezichtsdetectie, meerveldsmeting |
Camera's hebben meestal meerdere scherpstelmethodes. Met de autofocus One Shot instelling stelt de camera scherp op het onderwerp. Voor het volgen van een onderwerp , bijvoorbeeld spelende kinderen of dieren, gebruik je de AI Servo instelling (of autofocus continu). Hierbij blijft de camera continue scherpstellen ook als het onderwerp beweegt.
|
|
Langste sluitertijd |
30 sec. |
|
|
Kortste sluitertijd |
0,00025 sec. |
|
|
Sluitertijden |
1/4000 - 30, bulb sec. |
|
|
AE programma's |
macro, kinderen en huisdieren, landschap, portret, sport |
Volautomatische digitale camera’s hebben standaardinstellingen (AE-programma’s) voor verschillende situaties, zoals portret, landschap, close-up of actie. Je kiest het juiste programma, (meestal met een draaiknop) en de camera kiest automatisch de beste instellingen. Mislukte foto’s horen hierdoor meestal tot het verleden.
|
|
Belichtingsprogramma's |
diafragmavoorkeuze(A), handmatig(M), program(P), sluitertijdvoorkeuze(S) |
Afhankelijk van je gebruikerswensen en -eisen zijn vooral de belichtingsmogelijkheden belangrijk bij de aanschaf van een nieuwe digitale spiegelreflexcamera. Hieronder staan kort de meest gangbare opties uitgelegd:
Automatisch: Diafragma en sluitertijd worden door de camera bepaald. In de meeste gevallen zijn er ook voorkeuze-programma's voor bijv. sport, portretten, avondopnamen en close-ups. Daarbij wordt al rekening gehouden met de gangbare instellingen voor die situatie. Als je snel snapshots wilt maken is dit een ideale instelling.
Diafragma-voorkeuze (halfautomatisch): Hierbij moet het diafragma worden ingesteld. De camera zal de bijbehorende sluitertijd selecteren. Deze functie is vooral van belang als je zelf de scherptediepte wilt bepalen. Bijvoorbeeld bij portretten en landschapsfotografie.
Sluitertijd-voorkeuze (halfautomatisch): Hierbij moet de sluitertijd worden ingesteld. De camera zal het bijbehorende diafragma selecteren. Deze optie is vooral van belang als je de bewegings(on)scherpte zelf wilt bepalen. Bijvoorbeeld bij sportfotografie.
AE (Auto Exposure): hierbij kan de belichting 'gelockt' worden. Zo kun je een instelling maken als het werkelijk te bepalen onderwerp bijvoorbeeld veel (tegen)licht bevat, wat de lichtmeter zou beïnvloeden. Als je bijvoorbeeld een foto van een boom in een weide met een heldere lucht wilt maken, richt je de camera meer op de weide, drukt de AE-knop in, maakt het werkelijke kader en drukt de ontspanknop in. Hiermee voorkom je dat de camera denkt dat er veel
licht is, waardoor de boom en de weide onderbelicht zouden worden.
|
|
Optische zoom |
3,1 x |
De meeste digitale camera's beschikken op dit moment over een optische en/of digitale zoom. Optische zoom haalt het onderwerp dichterbij door lenzen te verschuiven. Bij digitale zoom wordt er ingezoomd op een deel van de foto en lever je veel aan kwaliteit in. Daarom is een optische zoomlens beter. Voor gewoon gebruik is 3 x optische zoom prima.
|
|
Brandpunt (35mm equivalent) |
27 - 83 mm |
Brandpunt is de afstand tussen het middelpunt van de lens en de beeldsensor. Omdat de beeldsensor van een digitale camera relatief klein is, geeft men meestal ter vergelijking de overeenkomstige brandpuntsafstand van een ouderwetse 35-mm formaat fotocamera.
|
|
Serieopname |
|
Met deze instelling op je camera kun je snel een aantal foto's achter elkaar maken. Dit is vooral handig bij bewegende beelden, bijvoorbeeld van spelende kinderen of bij een sportwedstrijd. Vervolgens kun je de beste foto kiezen.
|
|
Aantal beelden per seconde |
3 |
|
|
Brandpunt (digitaal) |
18 - 55 mm |
|
|
Beeldstabilisatie |
in de lens |
De beeldstabilisator van je camera helpt bij het opvangen van schokken en trillingen. Vooral bij lange sluitertijden of grote zoomafstanden zorgen de kleinste bewegingen al snel voor onscherpe foto's. De stabilisator corrigeert al die bewegingen, zodat je toch een strakke foto/video kunt maken.
|
|
Objectiefbajonet |
Nikon F |
|
|
Inclusief objectief |
|
|
|
Zelfontspanner |
|
De zelfontspanner is een functie op je camera waarmee foto's genomen kunnen worden met een vertraging tussen het indrukken van de ontspanknop en het maken van de foto. De zelfontspanner wordt vaak gebruikt om foto's te maken waar de fotograaf zelf ook op staat.
|
|
Scherpstelling |
automatisch/handmatig, gezichtsdetectie |
Dit geeft aan hoe de camera scherp gesteld kan worden. Dit kan automatisch en/of handmatig.
|
|
AF hulplicht |
|
|
|
Type beeldsensor |
CMOS |
|
|
Formaat beeldsensor |
23,1 x 15,4 mm |
De kwaliteit van een digitale camera wordt voor een belangrijk deel bepaald door de grootte van de beeldsensor. In het algemeen geldt, hoe groter de
sensor, hoe beter de kwaliteit van de foto's (scherpte,detaillering en minder ruis). Met de grootte bedoelt men de diagonaal van de sensor. Deze wordt
aangegeven in inches. 1 inch=2, 54 cm
|
|
Maximale fotoresolutie |
4608 x 3072 pixels |
Hoe hoger de resolutie hoe beter de beeldkwaliteit van de digitale camera. De maximale resolutie wordt uitgedrukt in pixels, horizontaal x verticaal. Voor het afdrukken van foto's is het belangrijk te weten welke resoluties je moet gebruiken voor welk formaat afdruk. Onderstaande tabel geeft je een overzicht.
Megapixels Resolutie Beeldverhouding optimale afdruk goede afdruk
1,3 Mp 1280 x 960 4:3 9 x 13 cm 10 x 15 cm
2,1 Mp 1600 x 1200 4:3 10 x 15 cm 13 x 18 cm
2,3 Mp 1800 x 1200 3:2 10 x 15 cm 13 x 18 cm
3,3 Mp 2048 x 1536 4:3 13 x 18 cm 20 x 30 cm
5 Mp 2600 x 1900 3:2 15 x 20 cm 20 x 30 cm
|
|
Frames per seconde (FPS) |
24 |
|
|
Resolutie (effectief) |
14,2 MP |
Pixels zijn de kleine stipjes waaruit een digitaal beeld is opgebouwd. Het aantal pixels bepaalt de resolutie van de camera (4 Megapixel = 4.000.000 pixels). Hoe meer pixels hoe hoger de afbeeldingresolutie en dus hoe scherper het beeld en hoe meer detail. De resolutie van de huidige camera's loopt van ongeveer 6 tot wel 17 Megapixels voor (semi)professionele modellen. De kwaliteit van een digitale camera wordt voor een deel bepaald door de resolutie. In het algemeen geldt: hoe hoger de resolutie, hoe beter de kwaliteit van de foto’s (scherpte, detaillering en minder ruis).
|
|
Maximale filmresolutie |
1920 x 1080 |
|
|
Systeemcamera |
|
Een bridge camera (ook wel systeem camera genoemd) is eigenlijk een uitgebreide digitale compactcamera.
Voordeel van deze camera's ten opzichte van een digitale SLR camera is dat ze over het algemeen kleiner en lichter zijn. De mogelijkheden zijn echter nagenoeg gelijk aan de digitale SLR camera's, inclusief de mogelijkheid om van lens te verwisselen.
|
|
Filmen in Full HD |
|
Als je met een digitale SLR kunt filmen in Full HD wil dat zeggen dat je filmt in een resolutie van 1920 x 1080.
Dit geeft een zeer hoge beeldkwaliteit, zeker wanneer deze beelden bekeken worden op een daarvoor geschikte Full HD televisie.
|
|
Afmetingen (H x B x D) |
9,6 x 12,4 x 7,5 cm |
|